deze artikel verscheen in De Standaard van Vrijdag 18 juni 2004. Omdat de artikel voor mensen buiten Blegië niet vrij toegankelijk hebben wij em bij uitzondering hier gedocumenteerd.
BRUSSEL De licenties van Creative Commons, die de BBC toepast voor het opengooien van zijn archieven, verspreiden zich als een lopend vuurtje over de wereld. Vorige week implementeerde Duitsland ze, vandaag is Nederland aan de beurt. De Braziliaanse minister van cultuur en muzikant Gilberto Gil vindt dat ze helpen zijn werk creatief te verspreiden. Waar gaat het eigenlijk over?De licenties van Creative Commons, die de BBC toepast voor het opengooien van zijn archieven, verspreiden zich als een lopend vuurtje over de wereld. Vorige week implementeerde Duitsland ze, vandaag is Nederland aan de beurt. De Braziliaanse minister van cultuur en muzikant Gilberto Gil vindt dat ze helpen zijn werk creatief te verspreiden. Waar gaat het eigenlijk over?
reportage Van onze redacteur Geert Sels
Creative Commons is een Amerikaanse organisatie, die naar eigen zeggen al enkele stappen verder in de toekomst zit dan de meeste bewoners van de aardkluit. Haar boegbeeld en breekijzer is Lawrence Lessig, professor in de rechten aan de Stanford University. De laatste tijd krijgt hij veel deuren open. Sinds het ontstaan van de licenties in 2002, zijn meer dan zestig landen overstag gegaan om de soepele en handzame regeltjes op hun plaatselijk rechtssysteem af te stemmen. In die tijd zijn 1,5 miljoen creatieve werken van een licentie voorzien. Dat een eerbiedwaardige instelling als de BBC zich bij het rijtje voegt, is een erkenning voor het systeem.
De onderliggende gedachte van Creative Commons is dat opnieuw meer cultuur vrij moet zijn. In de vorige eeuw zijn creatieve voortbrengselen onder steeds strengere regels van auteursrecht komen te liggen. In Europa heeft een scheppend kunstenaar zelfs geen keuze: realiseert hij een werk, dan geniet dat de volledige bescherming. Daar helpt geen lievemoederen aan. Artiesten die dat zouden willen, kunnen er niet onderuit. Waarom zouden ze eigenlijk? In tijden waarin piraterij de muziekindustrie flink in de portemonnee zit, kan men toch beter zo goed mogelijk beschermd zijn. En toch. Er zijn grafici die hun ontwerpen van dertig jaar geleden wat graag online willen zetten ter verspreiding. Maar dat kunnen ze niet, omdat ze indertijd het hoederecht uit handen hebben gegeven.
Met de komst van het Internet is de verspreiding van cultuur een nieuw hoofdstuk ingegaan. In zijn publicatie met de toepasselijke titel Free culture, vergelijkt Lawrence Lessig de inhoudsverspreiders van de twintigste eeuw met het Internet. Hij noemt ze het begin van het einde. Ze verhouden zich als de veel mobielere vrachtwagen tot het oude spoornet, of als de FM-radio tot zijn beperktere voorganger op AM-band. Het Internet biedt de mogelijkheid om creatief werk op een flexibele manier snel en ruim te verspreiden. Waarom moeten we die dan beknotten met allerlei wetten, vraagt Lessig zich af.
Zijn ideaal is een samenleving die gedijt op een culturele humuslaag. De inbreng komt langs alle kanten en is een collectief goed, waaruit geput mag worden om verder op te bouwen en verbeteringen aan te brengen. Een van zijn sterkste voorbeelden zijn de tekenfilms van Mickey Mouse. Toen het figuurtje in 1928 als cartoon uitkwam, flopte het grandioos. Pas toen het een film werd, bovendien met gesynchroniseerd geluid én geïnspireerd op de langspeelfilms van Buster Keaton, sloeg het aan. Hetgeen Lessig tot de overtuiging brengt dat scheppers altijd voortbouwen op de creativiteit die hen voorafging en die hen omringt.
"We zijn aanbeland in de mix-tape cultuur", zegt hij aan de telefoon uit Berlijn, waar hij vorige week de implementatie van de Creative Commons-licenties begeleidde. Straks staan nog Griekenland en Italië op het programma, Taiwan en China, daarna Canada en Australië. "Het model van deze licenties kan helpen met de empowerment van de volgende generaties. Dit is goed voor onze kinderen en onze cultuur. De discussie is wijder dan de binaire optie die Hollywood aanbiedt: ofwel alles beschermd, ofwel publiek domein. De derde weg is te bekijken hoe we het mogelijk kunnen maken informatie te mixen, zonder dat het anarchie wordt, of zonder dat eigendom en betaling met de voeten wordt getreden."
Daarvoor zet Creative Commons het auteursrecht op zijn kop. Het legt het initiatief maximaal bij de scheppende kunstenaar. Die beslist onder welke voorwaarden hij zijn werk in de openbaarheid wil brengen. Daar zijn vier simpele regeltjes voor, die in onderlinge combinatie elf licentiemogelijkheden opleveren. Zo kan hij vragen dat men hem bronvermelding geeft, of dat men geen commercieel gebruik zou maken van zijn arbeid. Hij kan ook eisen dat men geen veranderingen aan zijn werk zou aanbrengen. Of, als er toch transformaties zijn, kan hij voorschrijven dat het werk op dezelfde manier wordt verspreid als zijn origineel. Daardoor verschuift Lessig het auteursrecht van "alle rechten beschermd" naar "sommige rechten beschermd". Een licentie nemen is poepsimpel. De artiest surft naar de webstek van Creatice Commons en registreert gratis welke licentie hij aan zijn werk wil toekennen.
Blijft een prangende vraag. Wie is de champetter die gaat toezien of de eisen van de kunstenaar geëerbiedigd worden? Lessig: "Wij maken licenties. Als iemand die schendt, is er een inbreuk op het auteursrecht. Verder kunnen we niet gaan. Wij proberen iemands rechten te formuleren, we gaan die niet opvolgen. Dit systeem kan wel een zekere graad van imperfectie verdragen. Het moedigt mensen in elk geval aan op een nieuwe manier met iemands werk om te gaan."
Vandaag voert Nederland het systeem in. Daar is een hele voorbereiding aan voorafgegaan. Paul Keller van het onderzoekscentrum Waag: "De licenties van Creative Commons zijn beproefd; je krijgt de garantie dat ze internationaal compatibel zijn. Toch zijn er nog wat kleine verschillen per land. Je kunt maar beter van tevoren zeker zijn dat er geen fouten meer inzitten. Daarom sluiten we ze aan op de termen van het Nederlands auteursrecht. Het moet de toets met de rechtspraak kunnen doorstaan. We kunnen ons niet permitteren dat er formele fouten in zitten, zodat later iemand kan zeggen: dit geldt niet."
Langs Belgische zijde is die zorg voorlopig nog voorbarig. De meeste specialisten ter zake geven niet meteen de indruk dat ze goed op de hoogte zijn van deze innovatie. Aan de universiteit van Luik zou er vage belangstelling zijn om het systeem aan de Belgische wet aan te passen, maar langs Nederlandstalige kant ligt het terrein er maagdelijk bij.
Zegt Fabienne Brison (Intellectuele rechten VUB en advocate in Brussel): "Ik kende Creative Commons niet, maar na enig opzoekwerk heb ik er wel sympathie voor. Het stelt de zaken zeer duidelijk en het ontkent het auteursrecht niet; het bouwt er op verder. Naargelang het vakgebied zijn de geesten er meer of minder klaar voor. Uit academische hoek is het niet meer dan een bevestiging van een bestaande toestand: een prof stelt zijn materiaal ter beschikking, vervolgens knippen en plakken studenten een syllabus bij elkaar. Bij de muzieksector ligt het al wat moeilijker, omdat er daar een tussenliggende industrie is, die de distributie en promotie verzorgt. Zij heeft die rechten van de artiesten aan de basis nodig. Stel dat veel muzikanten die licenties aanvragen, dan zou de bemiddelaar het wel eens moeilijk kunnen krijgen."
home | nieuws | meer weten | licentie kiezen | content zoeken | pers | contact